Millenniumangst

De laatste jaren van het eerste millennium werden, zo leren geschiedschrijvers ons, gekenmerkt door sociale turbulentie en apocalyptische verwachtingen: hongersnood, ziektes, oorlogen en de komst van de antichrist. Lange rijen gelovigen trokken door steden in processies met relikwieën; al naar gelang overtuiging en schuldgevoel deed men boete. Pas in 1300 konden deze apocalyptische neigingen bedekt worden onder de mantel van aflaatverzekeringen. Paus Bonifatius VII verkondigde in zijn bul Antiquorum Habet Fida Relatio het jaar 1300 heilig met aflaten voor éénieder die op de graven van Petrus en Paulus in Rome zou komen bidden. Het jaar 2000, zo lezen we in de nieuwe pauselijke bul Incarnationis Mysterium, wordt ook een heilig jaar met aflaten voor alle gelovigen die een bedevaart ondernemen naar Rome, of een wat mindere aflaat -- onze paus kan zijn Poolse afkomst niet verloochenen -- voor een dag zonder te drinken.

Maar het is niet langer de Kerk die onze superstitie voor ronde cijfers in kaart brengt, maar, teken des tijds, de computer en zijn programmeertaal. Een incrementeel ontwikkelde taal die zich gedurende de laatste decennia voor het gemak beperkt heeft tot de laatste twee cijfers van het jaartal. En dus, zo lezen we bijna dagelijks in de krant, zou het kunnen dat op die bewuste oudejaarsavond, binnen 388 dagen, verkeerslichten uitvallen, de boordcomputer van het vliegtuig waarin je toevallig zit op hol slaat of je pacemaker het begeeft. De oudere, wat populairdere voorbeelden van vastzitten in een lift of het voortijdig vernietigen van nog niet verouderde producten bij de grootgrutter zijn wat dat betreft slechts magere koek. En dat het allemaal wel heel concreet wordt, bleek afgelopen week toen het universiteitsblad Observant meldde dat de Smartcard waarmee medewerkers op Randwyck b.v. de buitendeuren kunnen openen het na 1/01/2000 niet meer zal doen. De chips in de deurpalen, zeven jaar oud, zijn niet millenniumbestendig.

Zoals dit voorbeeld goed aangeeft vormen niet zozeer de zichtbare computers met hun controleerbare software een probleem, maar de onzichtbare, ingebedde, computersystemen die overal: thuis, in de auto en op het werk, verborgen zitten in dagelijkse apparatuur des te meer. De enige plaats waar we ons die nacht echt veilig kunnen voelen is buiten in de natuur: want dat de sterren niet uit de hemel zullen vallen, weten we tegenwoordig wél. Een eerste testcase komt er al in de nacht van 9 april, de 99ste dag van 1999, een tweede op 9 september. De viermaal 9 die in deze data vervat zitten, is door veel database programmeurs gebruikt om er iets speciaals mee aan te geven, bijvoorbeeld "geboortedatum onbekend" of "laatste persoon in deze database".

Met veel geld wordt gepoogd, o.m. door het Millenniumplatform onder leiding van oud Philipsbaas Jan Timmer, om vooral de kleine en middelgrote bedrijven bewust te maken van de noodzaak hun systemen te checken op millenniumproof. De kosten hiervan zijn gigantisch. Voor Nederland schat de OESO dit op niet minder dan 20 miljard gulden. Het is natuurlijk zuur dat het juist die actoren zijn die zich, ondanks de vele waarschuwingen van programmeurs eind jaren 80, niets aantrokken van het zogenaamde Y2K probleem dat toen nog vrij eenvoudig te verhelpen was, nu de leiding hebben in het millenniumproof maken van de Nederlandse economie. Naarmate echter de gevreesde datum dichterbij komt, begint menigeen zich af te vragen of dit überhaupt wel kan. Van een oorspronkelijke, typische technologisch gedreven, cocoonvisie waarbij men dacht dat met veel geld alles in het bedrijf getest kon worden en waar nodig vervangen, dringt het nu door dat men steeds afhankelijk blijft van externe factoren: van toeleveranciers, nutsbedrijven, importeurs, transporteurs, waarvan men niet weet of zij ook millenniumproof zijn. Kortom, onzekerheid is troef geworden. Men realiseert zich dat men uiteindelijk in een complexe, netwerkeconomie is beland waarin zelfs het falen van de kleinste schakel kan betekenen dat de hele boel op tilt slaat. En zo heeft men het steeds meer over het ontwikkelen van contingentieplannen of, in het meer positivistische organisatiejargon, "bedrijfscontinueringsplannen" voor die 31ste december 1999; houdt meer en meer IT personeel zich met niets anders bezig dan het Y2K probleem; worden nieuwe bestellingen van informatie- en communicatie-apparatuur uitgesteld tot na 1 januari 2000; worden nu ook bij gebrek aan technologische zekerheid de verzekeraars nerveus zodat de contingentiekosten nog verder de lucht ingaan en lijkt uiteindelijk deze millenniumvrees een zware hypotheek te leggen op de te verwachten groei. ING-Barings becijferde dat de millenniumproblematiek de Nederlandse economie 1,1 % aan economische groei zou kosten: 3,5% aan uitvoer en 2,4% aan invoer. Anderen schatten het nog hoger in.

Zal het allemaal zo'n vaart lopen? Als technologisch onwetende kijk ik wat afstandelijker naar het millenniumprobleem. Zelfs al verbieden straks alle verzekeringsmaatschappijen enige economische activiteit op die 1ste januari, wellicht de veiligste dag ooit, dan nog zal dit feit relatief weinig uitmaken in economische groei. 2000 is toch ook een schrikkeljaar; dat we één dag allemaal thuis zitten te wachten tot de wisseling voorbij is zou economisch niets moeten uitmaken. Het venijn zit hem in de millenniumangst zelf: dat iedereen gaat hamsteren, pinnen, het bad vol laat lopen, etc. (voor geïnteresseerde hamsters beveel ik de website www.Y2KSupply.com aan) die laatste weken van 1999; dat de niet te verzekeren onzekerheid dat er iets zou kunnen gebeuren als een "self-fulfilling prophecy" ons verwachtingspatroon aantast.

Het is dan ook de hoogste tijd voor een positieve kijk op het millenniumprobleem en een beroep op de Nederlandse ondernemingsgeest. Een millenniumwisseling is toch wel iets heel unieks; het komt één keer in de 40 generaties voor. Wat is spannender om zo'n wisseling met wat onzekerheden te vieren ergens hoog in de lucht: b.v. in de Concorde die je driemaal de millenniumwisseling laat meemaken (jammer genoeg reeds volgeboekt); of op de top van de Eiffeltoren waarvan je straks misschien in het pikkedonker te voet weer zult moet afdalen; of, wat gedurfder, ergens diep onder water in een Russische duikboot; of voor de echte doemdenkers onder U in een Bulgaarse kerncentrale of een Russische silo van nukes. Pessimisten hebben misschien vaker gelijk, optimisten maken er echter meer van.

Luc Soete