Investeren in babies

Afgelopen week was ik op bezoek bij Blair’s adviseurs. Neen, niet om over de oorlog in Irak te discussiëren, daar heeft Blair geen adviseurs voor nodig, maar om met hen van gedachten te wisselen over de toekomst van de Europese welvaartstaat. De sociaal democratische “derde weg” lijkt in toenemende mate toch wel heel veel op een kronkelend bergweggetje vol met valkuilen en diepe afgronden. Was men er niet sneller gekomen via de linker- of de rechterweg?

Ik ben altijd vrij kritisch geweest over die derde weg. Tweehandige economen wijzen nu eenmaal graag naar links of naar rechts en om dan nog met iets anders naar het midden te wijzen moet je wel heel opgewonden raken. En dat was ik dus nooit over die derde weg. Zo was ik dus, als internationale criticaster, uitgenodigd door de “progressive governance board” ter voorbereiding van Blair’s congres van sociaal-democratische leiders in juli. Ik was vroeg en liep rustig in hartje Londen van Chairing Cross naar Aldwich toen plots precies, maar dan ook heel precies op mijn voorhoofd een enorme hoeveelheid duivenpoep uiteenspatte. Mijn haar, mijn bril, mijn das, mijn jas, alles zat onder de vogelstront. Uiteraard dacht ik onmiddellijk dat het één van die bij Trafalgar square verdwaalde vredesduiven was, die zijn kans schoon had gezien en precies “on target” zijn dosis poep had gelost. En ik moet toegeven, ik was toch wel even aangeslagen. De dinsdagavond voordien was ik niet meegelopen in Maastricht in de optocht tegen de oorlog in Irak maar met een lokaal beleggingsclubje aan het overleggen geweest hoeveel Ahold-aandelen we zouden kopen. Kortom, God straft onmiddellijk.

Ik kwam dus bij de London School of Economics alwaar ik zijn moest. De portier verwelkomde mij met de memorabele woorden “you’re full of shit, man”. Bewijs dat, ook als je niets zegt, je de grofste verwijten naar je kop kunt geslingerd krijgen. En terwijl ik dacht “speak for yourself”, zei ik “damned pigeons” met als dank een meewarige glimlach. Zo goed als het kon probeerde ik alles in het toilet af te vegen, deed mijn das uit en leek al weer wat meer op een nieuwe PvdA Bos-aanhanger. Ik nam de lift en liep de dean’s dining room binnen. En zo zat ik daar aan tafel naast andere experten te stinken van jewelste. Het is niet eenvoudig je te concentreren op derde weg vragen wanneer je je gedurig afvraagt wanneer ze het eindelijk door hebben dat het niet het tapijt is of de thee die zo afschuwelijk stinkt maar jijzelf. Enfin, iemand had dan toch het briljante idee om het raam open te zetten en ik voelde mij wat meer op mijn gemak.

De derde weg, want daar ging het uiteindelijk over, gaat over het zoeken naar een beleid dat betere garanties biedt voor gelijke ontwikkelingskansen voor elkeen. Hoe men het draait of keert, de ongelijkheid in onze rijke Westerse maatschappijen is gedurende het afgelopen decennium schrikbarend toegenomen en met die ongelijkheid is ook de sociale, opwaartse mobiliteit sterk afgenomen. Zo neemt, ondanks de sterk toegenomen welvaart, de hoeveelheid middelen nodig om inkomenszekerheid te garanderen op lange termijn, steeds verder toe. Een beetje zoals in een pokerspel waarin de inleg steeds verder verhoogd wordt. Een middelbare opleiding voldoet bij lange niet meer. Terwijl de mythe van gelijke kansen voor elkeen nog steeds met evenveel overtuiging beleden wordt door politici en Hollywood filmproducenten, blijkt uit steeds meer onderzoek dat de zogenaamde sociale erfenis waarmee jongeren opgescheept worden meer dan ooit dé belangrijkste factor is in de verklaring van hun toekomstige ontwikkeling en carrièreperspectieven. Dat geldt trouwens des te meer in landen die gekenmerkt worden door een hoge inkomensongelijkheid zoals de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk. In plaats van te spreken van de VS als het land van de gouden kansen, ware het wellicht correcter te spreken van het land van het gebrek aan kansen. In geen ander land ter wereld bepaalt zo sterk bestaande rijkdom en sociale status de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van het individu.

Tot op heden lag de focus van de derde weg op onderwijs als middel tot individuele ontplooiing en sociale mobiliteit. Maar ook hier wijst een groeiend aantal studies op de eerder versterkende rol van onderwijs in het behoud van sociale ongelijkheid. Meer onderwijsinvesteringen lijken in niets de sociale erfenis-factor ongedaan te maken. Integendeel, het laatste decennium lijken zelfs bijkomende onderwijsuitgaven slechts verder de polarisatie in de hand te werken. De hoofdreden heeft wellicht te zien met het feit dat de cognitieve capaciteiten van het individu in grote mate vorm krijgen in de vroege levensjaren. Jaren die veelal nog niet op school doorgebracht worden, maar thuis in het gezin. De gezinssituatie lijkt dan ook de factor te zijn in het bepalen van de latere ontwikkelings- en ontplooiingskansen van het kind.

De oplossing? Investeren in babies. In Londen werd het voorstel geopperd om gratis high quality crèche- en kinderopvang aan te bieden aan iedereen: een soort “universele” top grade kinderopvang naar Scandinavisch model, waarbij het accent niet zozeer ligt op opvang, zoals in Nederland, dan wel ontwikkeling van cognitieve capaciteiten. Ook al is het geen panacee, het biedt toch weer wat concrete handvaten om de sociale erfenis-factor tegen te gaan. En na het beursdebacle rond Ahold, is aangetoond dat investeren in babies toch wel de beste garantie is voor ons pensioen. Niets erger dan een kinderloze maatschappij vol met duiven.


Luc Soete